
Project Buutvrij moet dakloosheid voorkomen
AlgemeenBARENDRECHT – Met het project Buutvrij komt er hulp voor mensen die dak- of thuisloos dreigen te worden.
Tijdens Wereld Daklozendag vroeg (toen nog) wethouder Roeland Bol aandacht voor die probleem door een nacht buiten te slapen. Op de laatste werkdag als wethouder kon Bol bekendmaken dat er iets voor deze doepgroep gedaan gaan worden.
“Dankzij een innovatiesubsidie van centrumgemeente Rotterdam en de samenwerking met Stichting De Overburen, Wooncompas en onze eigen organisatie kunnen we in Barendrecht starten met een pilot van Buutvrij”, schrijft Bol aan de gemeenteraad.
“Dit vernieuwende project is bedoeld voor Barendrechtse inwoners met meervoudige problematiek die zonder tijdige ondersteuning dak- of thuisloos dreigen te raken. Door tijdelijk onderdak te combineren met intensieve begeleiding willen we voorkomen dat zij onnodig terechtkomen in de maatschappelijke opvang.”
Inwoners die dakloos dreigen te raken hebben vaak te maken met meer dan alleen een woonprobleem. Regelmatig is sprake van een combinatie van schulden, psychische problematiek, een zorgvraag, relatieproblemen of verslavingsproblematiek. Wanneer deze problemen zich opstapelen, is het risico groot dat iemand uiteindelijk terechtkomt in de maatschappelijke opvang. “Juist daarom vind ik het belangrijk om eerder in te grijpen”, stelt Bol.
Het project Buutvrij bestaat al in Ridderkerk. “De combinatie van rust, begeleiding en perspectief heeft mij ervan overtuigd dat deze aanpak ook voor Barendrecht van grote waarde kan zijn”, aldus Bol.
Buutvrij biedt Barendrechtse inwoners die dak- of thuisloos dreigen te raken tijdelijk onderdak in een reguliere woning. Vanuit die veilige omgeving ontvangen zij intensieve begeleiding, gericht op het oplossen van schulden, het organiseren van passende zorg, het versterken van het sociale netwerk en het vinden van een duurzame woonoplossing. Het uiteindelijke doel is dat deelnemers na afloop van het traject kunnen doorstromen naar een passende woonvorm. De maximale duur van een traject bedraagt achttien maanden.
De pilot wordt bewust kleinschalig gestart met één woning aan De Reling met plaats voor drie inwoners. Er komt ook een tweede woning, zodat er zes opvangplaatsen zijn. De begeleiding wordt, net als in de thuissituatie, gefinancierd vanuit de Wmo. De kosten voor verblijf betalen de deelnemers uit hun eigen inkomen.
Zodra de vergunning is verleend en de woning gereed is voor bewoning, kunnen de eerste deelnemers instromen. De verwachting is dat dit begin september zal zijn.

















