Afbeelding

Marinde: stroomversnelling

Column Column

Als ik een waterdruppel was dan bracht ik het grootste gedeelte van mijn tijd door in een kabbelend beekje. Zo eentje die gemoedelijk door het bos stroomt. Waarvan het geluid de omgeving opfleurt. Het geluid van een vroege lentedag. Als ik een waterdruppel was dan dobberde ik gelukzalig mee. Mee met de stroom. Mee met de rest. Dan keek ik niet op of om. Als ik een waterdruppel was dan zou ik in het gemoedelijke beekje willen blijven. Dan zou ik er alles aan doen om niet in de woest kolkende rivier te belanden. 

Natuurlijk ben ik geen waterdruppel. De keuze tussen het beekje en de rivier is niet aan mij. En dus bevind ik me niet langer in het kabbelende beekje, maar in de kolkende rivier. Een hevige stroming met woeste golven. Want alles is plotseling veranderd. Alles is nieuw. De Nederlandse taal is vervangen door de Duitse, de weidse polderlandschappen door spitse bergtoppen en het gezinsleven door zelfstandig wonen. 

Door te vertrekken naar Oostenrijk, en daar de komende drie maanden te werken en te wonen, verandert er veel. Dat is gebleken. Zo ben ik in een stroomversnelling beland. Beland in een onstuimige stroming. Een stroming die bestaat uit het ontmoeten van nieuwe mensen en een 40 uur durende werkweek. 

Toch verschillen het kabbelende beekje en de kolkende rivier niet al te veel van elkaar. Een waterdruppel deinst in beide gevallen mee. Een waterdruppel voegt zich naar het ritme. Voor hem maakt het niets uit. 

Zo ben ik misschien toch een waterdruppel. Eentje die zo af en toe eens kijkt hoe het is in de kolkende rivier. Gewoon, uit nieuwsgierigheid. 

Advertenties uit de krant