Politieman Van Heest koos voor het verzet
BARENDRECHT – Wat doe je als politieagent wanneer je land ineens bezet wordt? Die vraag stond maandagavond centraal in de lezing die Frank van Riet hield voorafgaand aan de dodenherdenking in Barendrecht.
Frank van Riet, zowel historicus als politieman, sprak tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Dorpskerk. Hij vertelde over het politiewerk in de oorlog aan de hand van de ervaringen van de Barendrechtse politieman Aren van Heest. Met hem had hij in 2000 een gesprek.
Van Heest begon in september 1940 als gemeenteveldwachter in Barendrecht. Hij gaf in eerste instantie inlichtingen door aan het verzet. Later breidde zijn rol zich uit. Zo heeft hij op verzoek van verzetsvrouw Jaan Jiskoot zijn uniform een avond uitgeleend aan de groep van Johannes Post.
Het ‘gewone’ politiewerk ging tijdens de oorlog ook door. Zo spoorde Van Heest in 1944 drie inbrekers op. Ze werden door de rechtbank veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf.
“Volgens Van Heest kwamen de mannen na de bevrijding in mei 1945 op het bureau in Barendrecht een bloemetje brengen, want ze hadden tijdens de hongerwinter lekker warm gezeten en hadden te eten gehad. Daarnaast waren ze niet betrokken geweest bij de grote razzia die in Rotterdam in november 1944 plaatsvond. Ze waren Van Heest dus dankbaar dat hij ze gearresteerd had.”
Volgens Frank van Riet had het voor de inbrekers slecht kunnen aflopen. De Duitsers hebben gevangenen gedood als wraak voor de vele aanslagen door het verzet. “Gewoon politiewerk kon dus grote gevolgen hebben.”
Amin Imsirovic: het begon met buitensluiten
BARENDRECHT – Kinderburgemeester Amin Imsirovic was een van de sprekers tijdens de herdenking in de Dorpskerk op 4 mei. Hij ging ook in op de lotgevallen van zijn eigen familie.
“We staan stil bij wat zich ruim 80 jaar geleden afspeelde. Toen mensen werden buitengesloten, opgejaagd en vermoord. Joodse mensen, maar ook Roma en Sinti, mensen met een Slavische achtergrond, homoseksuelen en mensen met een beperking. Het waren onze buren. Onze kennissen. Mensen zoals wij”, zei Amin.
“Maar het begon niet met concentratiekampen. Niet met geweld. Het begon met buitensluiten. Met het idee dat de één minder waard is dan de ander.”
De ouders van Amin zijn in de jaren negentig uit voormalig Joegoslavië gevlucht naar Nederland, vertelde Amin. "Mijn beide opa's hebben in concentratiekampen gezeten. De huizen van mijn familie zijn in brand gestoken.”
Amin is dankbaar dat zijn familie, ook zijn opa's, de oorlog hebben overleefd. "Maar de oorlog zit nog steeds in hen. En daardoor ook een beetje in mij. En toch zeggen zij: kies voor liefde en verbinding. Zorg dat we niet blijven herhalen wat er is gebeurd.”
Tijdens de herdenking op het Doormanplein legde Amin samen met voorzitter René Toonen van het organiserende comité bloemen bij het monument.