
Nader Labad: de stem van achter de dijk
Column ColumnIn Barendrecht woedt een fel debat over het AZC – de locatie, de omvang, de veiligheid. De meningen van de inwoners van Barendrecht zijn verdeeld. Maar hoe zit het met de mensen die binnen het AZC wonen? Zouden zij ook een stem moeten hebben?
Zouden we AZC-bewoners ook niet moeten vragen wat hun wensen zijn/ hoe zij over deze zaken denken? Zij wonen tenslotte óók in Barendrecht. Toen ik drie jaar geleden naar Barendrecht kwam, had ik veel vragen over taal en studie. Vaak ging het niet om wat ik graag wilde, maar om wat er beschikbaar was.
Tijdens mijn bezoek aan het AZC op Burendag vroeg iemand mij naar studiemogelijkheden. Omdat ze ouder dan 18 is, zijn die beperkt. Dat stelde mij teleur, omdat het mij deed denken aan mijn eigen tijd in het AZC; er is blijkbaar niets veranderd. Soms ga je slapen met de hoop dat er morgen iets verandert.
Asielzoeker, statushouder of vluchteling, het zijn verschillende woorden. Maar zijn die woorden belangrijker dan de mens erachter?
Sommige mensen wonen één, twee of zelfs drie jaar in een AZC. Dat is niet zomaar wachttijd; het is een deel van hun leven, en de jaren tellen door. In die tijd willen mensen leren, zich ontwikkelen en aan hun toekomst werken.
Iemand vroeg mij ooit: wat had je nodig toen je naar Barendrecht kwam? Een plek? Een huis? Ik wist toen eigenlijk geen antwoord, en misschien weet ik dat nog steeds niet helemaal. Misschien een mening mogen geven? Misschien gehoord worden?
Gehoord worden betekent niet dat je gelijk krijgt, maar wél dat je meetelt. Eén ding weet ik wel: mensen om hun mening vragen en echt naar hen luisteren, is dé manier om te laten zien dat je ze serieus neemt.
















